Verkoop je kennis online? Dan is de btw-vraag lastiger dan hij lijkt. Dezelfde inhoud kan onder 9% of onder 21% vallen, puur afhankelijk van de vorm waarin je hem levert. Een e-book is 9%, dezelfde tekst voorgelezen op video is 21%. In dit artikel lees je hoe dat precies zit.
Het antwoord in één tabel
| Wat je verkoopt | Btw-tarief |
|---|---|
| E-book of digitaal tijdschrift | 9% |
| Vooraf opgenomen videocursus | 21% |
| Live webinar met docent | 21% |
| Geautomatiseerde online cursus zonder docent | 21%* |
| Kwalificerend beroepsonderwijs (CRKBO) | vrijgesteld |
* Tenzij het kwalificeert als digitale educatieve informatie — zie de uitzondering verderop.
E-books: 9%
Voor e-books geldt het verlaagde tarief van 9%, net als voor gedrukte boeken. Dat is sinds 2020 gelijkgetrokken — digitaal en papier worden hetzelfde behandeld.
Er zijn wel twee voorwaarden:
- Het mag niet hoofdzakelijk uit video, muziek of reclamemateriaal bestaan. Een e-book met een paar illustraties is prima; een "e-book" dat vooral uit ingesloten filmpjes bestaat niet. Een gratis weggever die vooral je diensten aanprijst evenmin.
- De inhoud moet voor alle kopers hetzelfde zijn. Een gepersonaliseerd rapport valt er dus buiten.
Opgenomen video's: 21%
Verkoop je een cursus die bestaat uit vooraf opgenomen video's die klanten zelf afspelen, dan geldt het algemene tarief van 21%.
De reden: video-inhoud is uitdrukkelijk uitgesloten van het verlaagde tarief. Voor de btw zit jouw videocursus in dezelfde categorie als een film of documentaire — hoe leerzaam de inhoud ook is.
Live webinars: 21%
Ook voor live webinars geldt 21%, maar om een andere reden.
Een live webinar is voor de btw géén elektronische dienst. Onderwijs waarbij een docent de inhoud van de cursus over het internet uiteenzet, is uitdrukkelijk uitgesloten van die categorie.
Dat heeft een concreet gevolg: het verlaagde tarief voor digitale uitgaven komt niet eens in beeld. Die regeling geldt namelijk voor het langs elektronische weg leveren van uitgaven zoals boeken. Een live webinar is geen uitgave en geen elektronische dienst — het is gewoon een dienst, belast tegen het algemene tarief van 21%.
Het verschil met een opgenomen video zit in het menselijk ingrijpen. Zit er een docent live bij die vragen beantwoordt, dan is het een dienst. Loopt het volautomatisch, dan is het een elektronische dienst. Beide komen hier op 21% uit, maar het onderscheid telt wel bij verkoop aan het buitenland.
De uitzondering: digitale educatieve informatie
Er is één route waarlangs een product met video's tóch onder 9% kan vallen: digitale educatieve informatie.
Daarvoor geldt het zogeheten onderwijscriterium: de inhoud moet uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bedoeld zijn voor informatieoverdracht in het onderwijs. Valt je product daaronder, dan geldt de voorwaarde "niet hoofdzakelijk video" niet.
Denk aan een online leeromgeving die is ontwikkeld voor het lesprogramma van basisscholen of middelbare scholen, met modules, uitlegvideo's en oefenopgaven.
En als je ze samen verkoopt?
Verkoop je een pakket met een e-book én videomodules voor één prijs, dan wordt het lastiger. Je moet dan beoordelen of er sprake is van één samengestelde dienst of van losse producten.
Is er één duidelijk hoofdproduct en zijn de rest bijzaken, dan volgt alles het tarief van dat hoofdproduct. Zijn het gelijkwaardige onderdelen, dan splits je de prijs en pas je per deel het juiste tarief toe.
De onderwijsvrijstelling: let op
Blijf je met je totale omzet onder de €20.000, dan is er nog een route waarbij je geen btw rekent: de kleineondernemersregeling. Daarnaast bestaat er een vrijstelling voor onderwijs. Die geldt voor kwalificerend beroepsonderwijs, meestal met een registratie in het CRKBO.
Maar vrijgesteld betekent ook: geen btw terugvragen over je kosten. Geen aftrek op je apparatuur, software of marketing. Of dat gunstig is, hangt af van je kostenstructuur.
Een algemene online cursus voor consumenten kwalificeert doorgaans niet. Het moet echt om beroepsonderwijs gaan, en de eisen zijn strikt.
Let ook op het verschil met de tariefvraag: de vrijstelling gaat over of je btw rekent, het tarief over hoeveel. Val je onder de vrijstelling, dan kom je aan de tariefvraag niet eens toe.
Verkoop je aan het buitenland?
Verkoop je digitale producten aan particulieren in andere EU-landen, dan verandert het verhaal zodra je grensoverschrijdende omzet boven de €10.000 per jaar komt.
Vanaf dat moment reken je de btw van het land van je klant, niet de Nederlandse. Dat hoeft niet te betekenen dat je je in elk land apart moet registreren: via de OSS-regeling (One Stop Shop) geef je alles centraal op bij de Nederlandse Belastingdienst.
Twee dingen om te weten:
- De drempel geldt voor je totale EU-omzet aan particulieren — digitale diensten en fysieke goederen samen.
- Ook je omzet van het vorige jaar telt mee bij de beoordeling.
Je verkopen aan Nederlandse klanten blijven gewoon in je reguliere btw-aangifte.
Kort samengevat
- E-books: 9% — mits niet hoofdzakelijk video en voor iedereen dezelfde inhoud.
- Opgenomen video's: 21% — video-inhoud is uitgesloten van het lage tarief.
- Live webinars: 21% — geen elektronische dienst, maar een gewone dienst.
- Bij pakketten: splits de prijs of bepaal het hoofdproduct.
- Vrijgesteld onderwijs bestaat, maar dan vervalt ook je btw-aftrek.
- Digitale educatieve informatie voor het onderwijs kan onder 9% vallen, ook met video.
- Verkoop je aan EU-particulieren? Boven €10.000 reken je het tarief van het land van je klant, via de OSS-regeling.
Dit artikel is gebaseerd op de officiële regelgeving en de toelichting van de Belastingdienst. Alle bedragen zijn gecontroleerd in augustus 2026.
- Belastingdienst — Btw-tarieven en vrijstellingen
- Belastingdienst — Vrijstelling beroepsonderwijs (wanneer onderwijs is vrijgesteld)
- Wet op de omzetbelasting 1968 (Tabel I post a30 en b21 — het verlaagde tarief)
- CRKBO — Centraal Register Kort Beroepsonderwijs (registratie voor de onderwijsvrijstelling)
Dit artikel is bijgewerkt in augustus 2026 en gaat over verkoop aan Nederlandse particulieren. Verkoop je aan klanten in andere EU-landen, dan gelden vanaf €10.000 buitenlandse omzet aanvullende regels (de OSS-regeling). Of jouw cursus onder de onderwijsvrijstelling valt, hangt af van de inhoud en je registratie. Vraag bij twijfel advies.